Toestemming

Deze site gebruikt services van derden waar we je toestemming voor nodig hebben. Meer informatie

Doorgaan naar content
Project

Kantoor en bezoekerscentrum Omrin

Heerenveen

“temple of trash”

Voor de nieuwbouw van het kantoor en bezoekerscentrum zijn de grote ambities van Omrin vertaald in een uniek en innovatief ontwerp, een soort utopisch paviljoen in een groene landschappelijke omgeving, dat al wel de “temple of trash” wordt genoemd.

Het gebouw is onderdeel van het Werklandschap van de Toekomst dat wordt ontwikkeld op Ecopark De Wierde. Het staat volledig in het teken van het opwaarderen van afval naar grondstof. Het nieuwe voorbeeldkantoor vertelt het verhaal van verschillende afvalstromen die worden getransformeerd naar een hoogwaardig, kwalitatief en circulair gebouw, een eigentijdse “trash to treasure” of “temple of trash”. De ruimtelijke opzet is daarbij geïnspireerd op een tempelcomplex.

De routing speelt een centrale rol in deze ervaring. Vanaf het terrein begint de route via loopbruggen door de parterre en leidt vervolgens op een heldere en intuïtieve manier door het gebouw. Grote centrale assen, een royale entree met vide zorgt voor visuele verbindingen tussen verdiepingen en functies. Werkplekken liggen aan de gevel en profiteren van daglicht en uitzicht, terwijl centrale functies rondom de kern zijn georganiseerd. Er is een kantine en grote zaal op de verdieping

Het gebouw combineert een efficiënte en compacte indeling met een hoge verblijfskwaliteit. Daglicht, uitzicht en ruimtelijke openheid zijn belangrijke uitgangspunten. Door mobiele wanden kunnen ruimten flexibel worden gebruikt en samengevoegd, waardoor meervoudig ruimtegebruik mogelijk wordt. Kleur-, materiaalgebruik en verlichting ondersteunen de oriëntatie en maken gebruikers bewust van de verschillende afval- en materiaalstromen die in het gebouw zijn toegepast.

Een gezond en comfortabel binnenklimaat staat centraal. Strategisch geplaatste luifels reguleren de zonbelasting zonder belangrijke zichtlijnen te verstoren. Daarnaast zorgen ETFE-luchtkussens in het dak van het atrium zorgen voor een combinatie van daglichttoetreding en dynamische zonwering in één systeem.

Flexibiliteit en toekomstbestendigheid zijn verankerd in het bouwsysteem. Het demontabele casco van CLT (Cross Laminated Timber) en de toepassing van computervloeren maken toekomstige aanpassingen eenvoudig. De zichtbare houten constructie draagt bij aan een warme en natuurlijke uitstraling. Het gebouw volgt bovendien passiefbouwprincipes: een hoogwaardige gebouwschil minimaliseert de behoefte aan installaties en verlaagt daarmee energieverbruik en onderhoudskosten.

De materiaalkeuzes versterken de circulaire ambities. De hoofddraagconstructie bestaat uit biobased CLT uit Europese bossen. Een robuuste constructie die minder metaal nodig heeft voor de verankering van verbindingen. Er wordt zoveel mogelijk hergebruikte en gerecyclede materialen toegepast, zoals tapijttegels uit bestaande gebouwen of restpartijen, cellulose-isolatie van gerecycled papier, lichte systeemwanden met Metisse-isolatie van oude spijkerbroeken, een balie van Smile plastics 100% plastic afval en akoestische voorzieningen die voor 75% uit gerecyclede PET-vezels bestaan. De gevelbekleding is geproduceerd door Nedcam in Acrlic One (A1), een innovatief en circulair materiaal dat perfect aansluit bij de duurzame ambities van het project.

Zo is het gebouw niet alleen een prettige en gezonde werkomgeving, maar ook een inspirerend voorbeeld van hoe afvalstromen kunnen worden omgezet in hoogwaardige, circulaire architectuur.

De nieuwbouw van kantoor en bezoekerscentrum wordt gesitueerd in het nieuwe werklandschap van de toekomst, een ontwerp van Peter de Ruyter, waarin juist het verleden weer zichtbaar wordt gemaakt. Gedempte sloten zijn weer open gegraven, zodat de kenmerkende structuur van de Haskerveenveenpolder weer tot leven komt. Een belangrijke voorwaarde voor het kunnen vasthouden van water in tijden van langdurige regen. Ook houtsingels worden weer aangeplant als verwijzing naar het gebied in de 18e eeuw .

Inspiratie voor het ontwerp werd o.a. gehaald uit tempelcomplexen en de structuur van kruiskerken voor het idee-concept dat ‘afval’ herbruikbare grondstoffen zijn die een eervolle plek verdienen.